VISUELE INSPECTIE

Een belangrijk onderdeel met betrekking tot de herkenning en de eventuele onderkenning van de optredende betonschade is de visuele inspectie van een constructie. Middels een visuele inspectie door een ter zake kundige inspecteur is over het algemeen een redelijke indicatie of indruk te verkrijgen van de conditie waarin een object zich bevindt, welke schademechanismen er eventueel optreden en in welke richting het zwaartepunt van het betononderzoek dient te liggen.

Het nadeel van een dergelijke inspectie is dat er slechts schade geconstateerd wordt wanneer deze visueel naar buiten treedt, terwijl toekomstige schade niet gesignaleerd wordt. Eveneens is het herkennen van het schademechanisme uitsluitend middels een visuele inspectie niet altijd mogelijk.

Om deze redenen wordt de visuele inspectie meestal aangevuld met een aantal eenvoudige handelingen, zoals het afkloppen van verdachte oppervlakken of het verrichten van een eenvoudig uit te voeren test. Een dergelijke “in-situ test” kan betrekking hebben op het bepalen van bijvoorbeeld de ligging van het carbonatatiefront, de aanwezigheid van chloride in het beton, de grootte van de betondekking of het indicatief bepalen van de druksterkte, een en ander op kleine schaal.

Er dient te worden opgemerkt dat een dergelijk onderzoek in veel gevallen een geringe betrouwbaarheid heeft, aangezien de resultaten van een enkele meting nooit doorslaggevend zijn voor een totale constructie. Met name de in-situ chloridetest is vrij onzuiver, evenals de druksterktebepaling (Schmidthamer). De aanvullende “in-situ tests” dienen slechts als aanwijzing om de inspecteur op een bepaald spoor te brengen, waarna deze bijvoorbeeld een uitgebreide meetstrategie kan bepalen, waarmee later op een statistisch verantwoorde wijze uitspraken kunnen worden gedaan met betrekking tot de ernst van de situatie.