FYSISCHE ACHTERGRONDEN

De corrosiereactie (zonder KB) is Fe → Fe2+ + 2 e (1); in woorden: ijzer gaat in oplossing in het betonporievocht als ijzerionen waarbij elektronen in het staal achterblijven. De kathodische reactie is 2 H2O + O2 + 4 e → 4 OH- (2); water en zuurstof worden met behulp van elektronen aan het staaloppervlak omgezet in hydroxylionen die oplossen in het betonporievocht. Aan de anode treedt reactie (2) in omgekeerde richting op: hydroxylionen worden geoxideerd tot zuurstof.

Invloed toegevoerde stroom

Het toevoeren van stroom naar het staal maakt dat alleen reactie (2) aan het staal kan optreden; reactie (1) wordt onderdrukt en de corrosie stopt. Door de productie van hydroxylionen stijgt de pH. Een neveneffect is dat (negatief geladen) chloride-ionen van het staal worden afgestoten (zij worden aangetrokken door de positief geladen anode). Aan de anode treedt (in beperkte mate) zuurvorming op, evenredig met de stroomsterkte. Daarom is het zinvol de stroom zo laag mogelijk te houden.

Randvoorwaarden

Randvoorwaarde bij het goed functioneren van KB is dat de stoom alle wapening in voldoende mate bereikt. In praktische zin betekent dit dat de wapening elektrische continu moet zijn (niet verbonden staal wordt niet beschermd) en dat geen kortsluiting tussen anode en wapening mag optreden (daardoor zou de stroom niet via het beton naar het staal lopen). Continuïteit moet bij het vooronderzoek worden gecontroleerd; indien niet overal aanwezig moet dit worden aangebracht bij de uitvoering van het werk. Afwezigheid van kortsluiting moet worden bewerkstelligd door zorgvuldige uitvoering; hierop moet regelmatig (tijdens het werk en na het gereed komen van afzonderlijke delen) worden gecontroleerd.